maandag 20 augustus 2012

Niet 'liberalen' maar islamisten grijpen de macht in Libië

Hieronder vindt u een interessante passage uit een artikel van Gerbert van der Aa (Elsevier, 18 augustus 2012) over recente ontwikkelingen in Libië. Ik heb er enkele relevante links aan toegevoegd. 

De eerste bijeenkomst van het gekozen Libische parlement mondde begin augustus uit in fundamentalistisch machtsvertoon. Islamistische politici lieten zich gelden. Mohammed Magarief, nauw gelieerd aan de Moslimbroederschap maar geen lid, werd gekozen tot voorzitter. Een vrouw zonder hoofddoek kreeg opdracht de zaal te verlaten. Interim-president Mustafa Abdel Jalil, die afscheid nam omdat de nationale overgangsraad nu officieel is ontbonden, benadrukte in een toespraak dat de sharia de basis dient te zijn van de nieuwe Grondwet.

De gebeurtenissen laten zien dat de liberalen in Libië minder invloedrijk zijn dan commentatoren beweerden na de verkiezingen van 7 juli. De Alliantie van Nationale Krachten versloeg met 39 zetels de andere politieke partijen, maar dat leverde geen invloedrijk liberaal machtsblok op. De meerderheid van de zetels in het tweehonderd leden tellende parlement is voor onafhankelijke politici. Over de signatuur van deze 120 parlementariërs was tot nu toe weinig bekend. De verkiezing van Magarief is de eerste aanwijzing dat de onafhankelijke volksvertegenwoordigers dichter bij de fundamentalisten staan dan bij de liberalen.

De Partij voor Rechtvaardigheid en Opbouw (JCP), waarin de Moslimbroederschap is vertegenwoordigd, blaakt van vertrouwen. 'Wij hebben de steun van veel onafhankelijke kandidaten,' zegt partijleider Mohammed Sowan tegen persbureau Reuters. De JCP haalde bij de verkiezingen zeventien zetels, maar denkt het grootste machtsblok te kunnen vormen. 'Door de steun van de onafhankelijken hebben we een absolute meerderheid in het parlement.' 

In tegenstelling tot Gerbert van der Aa, zou ik het woord liberalen tussen aanhalingstekens plaatsen. De Libische "liberalen" zijn namelijk niet of nauwelijks liberaal te noemen, zeker niet naar Westerse maatstaven. Desondanks is Van der Aa een van de betere commentatoren inzake de "Arabische lente". Vanaf het begin plaatste hij kritische kanttekeningen bij de opstanden in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Dit in tegenstelling tot zwetsers als Bertus Hendriks en Petra Stienen, die halleluja-verhalen over de "Arabische lente" verkondigen. Aan het einde van zijn artikel schrijft Van der Aa dan ook treffend het volgende: 

De islamisten hebben in het Libische parlement meer invloed dan veel westerse commentatoren willen zien. Smachtend naar positief nieuws over de Arabische lente verliezen ze de realiteit soms uit het oog. Na de verkiezingsoverwinningen van de Moslimbroederschap in Tunesië en Egypte zou zich in Libië een heel ander scenario ontvouwen. In werkelijkheid hebben niet de liberalen maar de fundamentalisten de verkiezingen in Libië gewonnen. 

Van der Aa is nog heel mild over veel van zijn collega-commentatoren. Smachtend naar positief nieuws over de zogenaamde "Arabische lente" verliezen zij niet soms, maar stelselmatig de realiteit uit het oog. Enige mate van naïviteit aan het begin van de Arabische opstanden valt nog enigszins te begrijpen, maar een groot deel van het journaille blijft — in tegenspraak met de feiten — volharden in het fabeltje dat die opstanden liberaal-democratische omwentellingen zijn. Het is dan ook de vraag of de betreffende commentatoren slechts naïef zijn. Het lijkt er namelijk steeds meer op dat zij moedwillig leugens verkopen. 


Zie ook: 

_____